NEN 2555

Een groen lampje (LED) geeft aan dat de rookmelder door 230V~ gevoed wordt. En, als er ook een rood lampje (LED) op de rookmelder is aangebracht geeft dit aan dat de rookmelder goed functioneert of dat de capaciteit van de batterij of de back-up voldoende is.

Het verdient aanbeveling dat de rookmelders zijn uitgevoerd met een batterij back-up en dat ze onderling aan elkaar gekoppeld zijn.

Plaatsen rookmelders

Er zijn een aantal eisen in NEN 2555 waarmee rekening gehouden moet worden bij de plaatsing en montage van rookmelders

Sluit de rookmelder rechtstreeks aan op het net. Tussen groepsschakelaar en rookmelder(s) mogen geen schakelaars zitten.

Plaats op elke woonlaag minstens 1 rookmelder. NEN 2555 geeft aan dat minimaal in iedere 'verkeersruimte' (dit is een hal, overloop of trapopgang) een 230V~ optische melder geplaatst moet worden. Voor het koppelen van rookmelders adviseert NEN 2555 oranje (geharmoniseerd) montagedraad te gebruiken met een diameter van 1,5 of 2,5 mm2 te gebruiken (H05V-U / H07V-U).

Plaats rookmelders altijd aan het plafond en in het midden van de 'verkeersruimte'. De afstand tot een rechte verticale de wand is minimaal 50 cm. Bij schuine daken moet de rookmelder minimaal 90 cm vanaf het hoogste punt geplaatst worden. En, als het echt niet anders kan mag een rookmelder op de muur worden gemonteerd. De afstand tot het plafond is in dat geval tussen de 15 en 30 cm.